Houten-aluminium-achterconstructie

Voor een duurzame afwerking van de gevel dient de constructie aan de volgende voorwaarden te voldoen:

Voorwaarden houten achter constructie:

    • Montage op verticale regels die voldoen aan duurzaamheidsklasse I of II volgens NEN 5461 of aan duurzaamheidsklasse III of IV, waarbij het hout verduurzaamd dient te zijn overeenkomstig BRL0601.
    • Bij mechanische bevestiging moeten de latten ter plaatse van plaatnaden een breedte van tenminste 70 mm hebben en ter plaatse van de tussenondersteuning tenminste 45 mm; dikte minimaal 28 mm.

voorwaarden_houten_achterconstructie

  • Verwerk ter hoogte van de naden weersbestendige voegband om de houten achter constructie te beschermen tegen weersinvloeden.

Voorwaarden aluminium achterconstructie:

  • De kwaliteit van het aluminium regelwerk en de toegepaste profielen moet F25 zijn, overeenkomstig DIN 1748. De kwaliteit van de RVS verbindingsmiddelen moet overeenkomstig art. 7.2 van NEN 6710 zijn.

Geventileerde constructies

Bij dit type gevels wordt de buitengevel als een spouwmuur met een binnen- en buitenblad geconstrueerd, waardoor een geventileerde ruimte ontstaat tussen gevelbekleding en isolatie. Twee uitvoeringen zijn mogelijk: de open en gesloten uitvoering.

Open gevel

Horizontale voegen

Bij een open uitvoering van de constructie worden de horizontale voegen open uitgevoerd met een naad van minimaal 5 mm en maximaal 10 mm.

Bij open voegen op een houten draagconstructie moet de constructie achter de verticale regels worden afgewerkt met een dampopen waterkerende folie, die niet capillair werkt en UV-bestendig is. De aanbevolen ruimte tussen OZEON® en dampopen, waterkerende folie bedraagt tenminste 20 mm maar heeft in de praktijk meestal de dikte van het regelwerk (28 mm of 34 mm). Dit om regenwater af te kunnen voeren.
Bij een aluminium draagconstructie adviseert OZEON® een spouwdiepte van tenminste 40 mm en maximaal 100 mm, waarbij de isolatie conform NEN-EN 13162 dient te zijn. Het isolatiemateriaal moet vochtbestendig zijn en niet degenereren door UV-straling.

opengevel_horizontaal

Verticale voegen

De verticale voegen tussen de panelen zijn gesloten voor wind en regen maar tonen wel een montagevoeg. De panelen kunnen onder voorwaarden eventueel naadloos worden gemonteerd.

  • Geen werking in de achterconstructie
  • Maximale lengte 15 m1
  • Houten achter constructie met vertikaal regelwerk
  • Voegband ter hoogte van de naden
  • Houdt rekening met mogelijke dilataties in het ontwerp

Voor de levensduur van het hout moeten de verticale latten zo goed mogelijk tegen regenwater worden beschermd. Dat kan met UV- en weersbestendige voegband die aan beide zijden 15 mm breder is dan het regelwerk. Bij een gesloten voeg hoeft de voegband niet uit te steken. Het kan eventueel ook met een strook OZEON®.
opengevel_verticaal

Gesloten gevel

Horizontale voegen

Bij gesloten uitvoering van de gevelconstructie worden de horizontale voegen door een profiel gesloten, meestal met een stoeltjes- of neusprofiel (semi-gesloten). Regenwater wordt zo veel mogelijk aan de buitenzijde van de bekleding afgevoerd.

De achterconstructie moet worden geventileerd met ventilatie-openingen van tenminste 1000 mm2/m1 aan de boven- en onderzijde van de bekleding. De aanbevolen spouwdiepte voor een geventileerde spouw is minimaal 20 mm, maar heeft in de praktijk meestal de dikte van het regelwerk.
geslotengevel_horizontaal

Verticale voegen

De verticale voegen tussen de panelen zijn gesloten voor wind en regen maar tonen wel een montagevoeg. De panelen kunnen eventueel naadloos worden gemonteerd. Voor de levensduur van het hout moeten de verticale latten zo goed mogelijk tegen regenwater worden beschermd. Dat kan met UV- en weersbestendige voegband. Bij een gesloten voeg hoeft de voegband niet uit te steken. Het kan eventueel ook met een strook OZEON®.

geslotengevel_verticaal

Mechanisch op aluminium

mechanisch_op_aluminium

Mechanisch op aluminium

Popnagels met vlakke kop Ø 14 mm, Roestvast staal nummmer 1.4567/ 1.4578 volgens EN 10088
afm. 5 x 16/18 mm
materiaal nummer nagel 1.4541 (EN 10088)

Bij de bevestiging van OZEON® op een aluminium achter-constructie moeten vaste en glijdende bevestigingspunten worden gehanteerd. Vaste punten kunnen worden voorgeboord met Ø 5,2 mm en glijdende bevestigingspunten moeten Ø 8 mm worden voorgeboord. De glijdende bevestiging moet worden aangetrokken met een blindklinktang met opzetstuk (spacer), zodat de bevestiging goed kan bewegen.

Voegen en paneelaansluitingen

OZEON® plaatmateriaal is erg vormvast. Het is bijna niet gevoelig voor vocht en veranderingen in temperatuur. Daarmee kan het product onder bepaalde voorwaarden naadloos worden toegepast:

  • Alleen voor toepassingen rondom het dak, zoals gootafwerkingen, boeiboorden en dakranden
  • Tot een maximale lengte van 15 meter
  • In geval van een houten achter constructie met verticaal regelwerk waarbij geen werking van de achter constructie kan optreden
  • Ter hoogte van de naden moet voegband op de achter constructie worden aangebracht ter bescherming van het achterhout .
  • Men dilatatievoegen doortrekt in de constructie met de OZEON® plaat

Neem bij standaard voeg- en paneelaansluitingen de volgende zaken in acht:

  • Zorg bij paneelaansluitingen voor een naad van tenminste 5 mm zodat voldoende afwatering kan plaatsvinden.
  • OZEON® heeft een goede dimensie-stabiliteit, houdt daarom rekening met verschil in werking met andere materialen zoals aluminium.
  • Houd bij het detailleren van voegen rekening met paneel-, montage- en bouwtoleranties.
  • Verwerk ter hoogte van de naden voegband op de achter constructie voor bescherming van het achterhout tegen weersinvloeden.
Zie ook hoofdstuk documentatie waar u aanvullende technische info kan downloaden.
Print Friendly, PDF & Email